Eerlijk zullen we alles delen

Als je al bijna vier jaar een eigen appartement hebt, lijkt er geen groter contrast mogelijk met het slapen in hostels. Niet alleen deel je je slaapkamer met drie, vijf, zeven of zelfs vijftien anderen, je deelt werkelijk alles.

Je staat samen in de keuken rondom al dan niet werkende gaspitten om een maal te bereiden, schrijft je naam op alles wat je uit de supermarkt hebt gehaald en vecht om de laatste plekjes in een van de overvolle koelkasten, in de hoop dat het niet gestolen wordt of uit de koelkast valt zodra de deur weer open gaat.

Voor een bezoekje aan de badkamer mag je meestal de gang op, met je plastic tasje, gehuurde handdoek en kamersleutel. Een ensuite is ineens een luxe, zeker wanneer je je shampoo, sleutel of handdoek bent vergeten. En hoewel sommige douches beter zijn dan mijn eigen douche thuis, heb ik me ook al een paar keer dubbel moeten vouwen om m’n haar te kunnen wassen. Blijkbaar is de gemiddelde backpacker in sommige gedeelten van Australië niet groter dan 1.65 m.

De gemeenschappelijke ruimtes zijn vaak gevuld met over de bank hangende en vanuit hun nekwervels de kamer in groeiende backpackers die apatisch naar een onbekende Japanse film, Oprah Winfrey of de laatste Australische showbizz roddels kijken, met het volume op standje maximaal.

En dan het slapen in een dorm met drie, vijf of dus vijftien andere backpackers die de inhoud van hun backpack netjes rond hun bed of dwars door de hele kamers gooien. Snurken, krakende bedden, roomies die midden in de nacht terug komen, het licht aangooien en uitgebreid en vooral met veel kabaal door de kamer struinen.

Tegen alle verwachtingen in gaat het backpackersleven me verrassend goed af. Ik prop m’n etenswaren in een plastic tasje in de koelkast, neem m’n shampoo mee in een plastic tasje naar de badkamer en vouw mezelf dubbel als het moet, draai mezelf nog eens om als er iemand door de kamer stampt en stop m’n kleding in verschillende plastic tasjes zo georganiseerd mogelijk in m’n backpack. De eerste keer dat ik een hele nacht als een blok sliep, lag ik met negen anderen in een tot dorm omgetoverde schuur zonder ramen en een grote ijzeren deur die na vijf minuten open waaide en de hele nacht open bleef. En hoewel ik inmiddels al drie kledingstukken in drie verschillende hostels heb laten liggen, ben ik nog geen essentiele zaken vergeten.

Alleen die stapelbedden, daar kan ik niet aan wennen. Of ik nu in het onderste bed lig of bovenop, ik stoot constant m’n hoofd tegen de rand of tegen het plafond. Ik ben inmiddels al drie bulten rijker.

Misschien moet ik een helmpje op de kop tikken.

Meer lezen?