Nog één keer over die Zevenheuvelennacht

“Die race loop ik uit zaterdag, desnoods kruipend. Maar oh boy, is het al zondag?” Dat schreef ik vorige week, licht panikerend over het vooruitzicht om 7 kilometer aan één stuk te moeten rennen. Dat aan één stuk leek me sowieso al een onhaalbaar feit. Spoiler alert: dat bleek het niet!

Nog één keer over die Zevenheuvelennacht

In de dagen voor de loop word ik steeds nerveuzer en sceptischer over mijn kansen. Het idee om de race aan één stuk door te rennen, probeer ik langzaam te laten varen. Nog best lastig voor zo’n perfectionist als ik, maar dan had ik maar eerder moeten beginnen met trainen.

Op zaterdag rond 16 uur slaan de zenuwen ineens vol toe. Ik probeer ze in bedwang te houden door mijn spullen bij elkaar te rapen en een simpele maaltijd voor mezelf te koken. Meer dan een paar happen krijg ik echter niet door mijn keel en als mijn ouders voor de deur staan om me naar Nijmegen te brengen, ben ik inmiddels een nervous wreck.

Met mijn race outfit aan, stap ik in de auto. Op naar Nijmegen! Terwijl we daar een half uur later naarstig speuren naar een parkeerplaats, raak ik in de ban van de enorme toestroom aan lopers. Wow, lopen die mensen ook allemaal mee? Ik krijg er zowaar zin in.

Het is nog even spannend of we mijn looppartner in crime, mijn zusje, niet mislopen maar het lukt. We geven onze tassen en dikke truien aan onze ouders, doen een reflecterende sportarmband om en gaan in ons startvak staan. Nog even babbelen met onze ouders aan de andere kant van het hek, een snelle selfie (of welfie) en dan is het ineens 19 uur!

Zevenheuvelennacht – van 0 naar 7

Kilometer 1 – Oh boy, we zijn begonnen. Tenminste, het startsein is geweest maar vanuit het laatste startvak duurt het nog dertien (!) minuten voor wij eindelijk over de startlijn gaan. Wow, wat een mensen langs de kant. Gewoon rustig beginnen, dan hou ik het hopelijk zo lang mogelijk vol voor ik echt moet wandelen. Ik ben niet eens de enige die zo rustig loopt, ik ben verrast.

Kilometer 2 – De eerste kilometer zit erop, door naar de volgende. In dit tempo hou ik het wel vol. Voor de geestelijke ondersteuning heb ik een podcast van Evy opgezet. “Je bent halverwege” Ja, van die eerste 7 minuten bedoel je.

Kilometer 3 – Oef, we slaan af en de weg gaat duidelijk omhoog hier. “Nee hoor, dat lijkt maar zo!” hoor ik naast me. Hmm, fijn zus maar ik zie het toch echt! Ik dwing mezelf door te blijven ademen, maak mijn passen iets kleiner en ren door.

Kilometer 4 – Bos, donker, ik zie geen steek, help! We rennen nog steeds omhoog, langs een door witte led-lampen verlicht maar nog steeds donker pad langs het bos, waar de organisatie keiharde klassieke muziek uit verdekt opgestelde speakers laat knallen. Wat gaaf! Ik krijg een kleine energy boost, terwijl ik over mijn schouder kijk en me afvraag hoeveel mensen er nog achter ons lopen. “Honderden!” roept mijn zusje optimistisch. Alles om me op te peppen.

Kilometer 5 – Eindelijk gaan we weer naar beneden, pff. Ik ren nog steeds en begin langzaam te geloven dat ik misschien helemaal niet hoef te wandelen. Er staan nog steeds overal mensen langs de kant, die klappen, roepen, muziek maken, juichen… Ze roepen ook naar ons, al vraag ik me stiekem af of ze dat echt oprecht menen… maar daar lijkt het wel op. Hoezo cynisch? Intussen zet ik een tandje bij, terwijl ik de pijn in mijn voeten door opkomende blaren verbijt. Nog maar 2 kilometer.

Kilometer 6 – De laatste afdaling, eindelijk! We rennen het bos uit, terug richting het centrum van Nijmegen. Ik heb nog energie en versnel nog eens. “Je weet dat we sneller gaan hè, is dat okay?”, vraagt mijn zusje naast me? “Ja!”, roep ik en we rennen door. De laatste kilometers, echt? Al rennend stuur ik een bericht in onze familie-app: “5. Rechterkant.” Er volgt een antwoord dat ze aan de linkerkant staan. Links aanhouden dan. Nog heel even volhouden, we zijn bezig aan onze zesde (!) kilometer!

Kilometer 7 – Jaah! Daar, die blauwe verlichting, daar is de finish. Ik kan nog wel wat sneller. Zullen we een sprintje trekken? Nog een paar honderd meter! Sneller, een allerlaatste sprint! Op 100 meter voor de finish grijnzen we debiel richting de fotograaf. Ik grijp de hand van mijn zusje, speur achter de hekken naar onze ouders en dan rennen we de finish over. Bam, we made it!

Runners high

Inmiddels zijn we drie dagen verder, zijn de spierpijn en het wiebelende knietje verdwenen maar de runners high nog lang niet. Wat was dat gaaf! En verdomd, ik heb het gewoon gehaald! Tegen vooral mijn eigen verwachting in, heb ik 7 kilometer aan één stuk gerend. De eerste 5k in een gelijkmatige pace van rond de 7:50, waardoor we de laatste 2k nog een sprintje konden trekken. Mijn eindtijd van 51:59 biedt genoeg ruimte voor verbetering, maar wat ben ik trots! Wat ik nu heb geleerd?

  • De volgende keer moet ik echt eerder beginnen met trainen
  • Een beetje meer vertrouwen in mijn eigen kunnen mag best
  • En vooral: blijf doorrennen!

Op naar de 10k!

Enne, thanks Mezus voor de support onderweg en die mamma en die pappa voor de support langs de kant! ♥

9 reacties
  1. Wat knap! Ik moet trainen voor de 10km maar ik zit liever op de bank haha! Vanaf volgende week hou ik me écht aan mijn schema (ahum).

  2. Ik vind het knap hoor! Moet in februari een 8k lopen, maar blijf ontzettend steken op 5. Heb constant last van blessures, heel irritant.

Reageren is niet mogelijk

Dit wil je wellicht ook lezen